Go to top

Mechanische eigenschappen van RVS bij temperaturen onder nul

Alle constructiemetalen ondergaan verandering van hun eigenschappen als ze worden afgekoeld van kamertemperatuur tot temperaturen onder 0°C. De grootste verande ringen van hun eigenschappen treden op als het metaal wordt gekoeld tot zeer lage temperaturen in de buurt van de kookpunten van vloeibaar waterstof en van vloeibaar helium. Maar zelfs bij minder lage temperaturen onder het nulpunt, zoals worden aangetroffen in poolgebieden, waar de laagste gemeten temperatuur -71°C bedroeg, wordt koolstofstaal bros.

Inleiding


Om brosse breuk van constructies, drukvaten en ver voermiddelen in koude regionen te vermijden moet materiaal worden gebruikt dat bij zulke lage temperaturen een hoge mate van kerf taaiheid en breuktaaiheid bezit. De effecten van temperaturen onder nul moeten ook worden beschouwd bij de keuze van materiaal voor vliegtuigen, raketten en ruimtevoertuigen die worden blootgesteld aan de temperaturen die heersen op grote hoogte en in de ruimte. Voor deze constructies geldt een gewichtslimiet, dus moeten ze worden gemaakt van materiaal met hoge sterkte-gewichtsverhoudingen, zowel bij kamertemperatuur als bij temperaturen onder nul. Tegelijkertijd wordt van zulk materiaal geëist dat het een hoog breuktaaiheidsniveau blijft behouden bij elke temperatuur. Bepaalde koudvervormde roestvast-staaltypen zijn met succes toegepast voor zulke, in hun gewicht begrensde, constructies.

Materiaaleisen


Een belangrijke eis die wordt gesteld aan materiaal voor apparatuur voor het vloeibaar maken, het opslaan en vervoeren van vloeibaar gemaakte koolwaterstofgassen en vloeibaar gemaakte elementaire gassen, is de taaiheid bij het kookpunt van de vloeistof. Tabel 1 geeft een over zicht van een aantal gassen en hun kookpunt. Temperaturen beneden -15O°C worden dikwijls aange duid als cryogene temperaturen. Materiaalkeuze is afhankelijk van de laagste bedrijfstemperatuur die op kan treden. Austenitisch roestvast staal is met succes toegepast voor apparatuur voor het vloeibaar maken, opslaan en transport van deze stoffen. Voor gelaste apparatuur, zoals voor tanks voor vloeibaar zuurstof, vloeibaar waterstof en vloeibaar helium met de bijbehorende pijpen en fittingen zijn de eisen bij de mate riaalkeuze nog veel kritischer. Enkele van die eisen zijn hoge taaiheid van het basismetaal bij cryogene temperaturen en hoge sterkte en taaiheid van de las. Ook hier is met succes gebruik gemaakt van koudvervormd roestvast staal. Bepaalde metalen, legeringen en verbindingen worden supergeleidend bij temperaturen onder -260°C. Om der gelijke temperaturen te bereiken, moet er worden gekoeld met vloeibaar helium. Daarom moet construc tiemateriaal dat is gekozen voor cryogene onderdelen van supergeleidende toestellen, magneten en geleidings systemen geschikt zijn voor gebruik bij vloeibaar-helium temperatuur. Zulke onderdelen worden voorts tijdens gebruik onder worpen aan hoge bedrijfsspanningen en er moet dus materiaal worden gekozen met voldoende sterkte en taaiheid om die het hoofd te kunnen bieden. Om over zulke sterkte en taaiheid te kunnen beschikken, alsmede over een redelijke mate van bewerkbaarheid, worden voor dit doel vaak bepaalde austenitische roestvast-staal typen toegepast. In het algemeen nemen de rekgrens en treksterkte van constructielegeringen toe als de temperatuur waaraan ze worden blootgesteld daalt. De rekgrens van sommige typen austenitisch roestvast staal is bij -78°C wat lager dan bij kamertemperatuur, maar deze stijgt weer bij een verdere daling van de temperatuur. Resultaten van trekproeven bij vloeibaar-heliumtemperatuur kunnen lichte dalingen in rekgrens en treksterkte te zien geven bij som mige legeringen in vergelijking met deze waarden bij -253°C. Dit effect kan een werkelijke trend zijn in de trekeigenschappen, maar het kan ook een van de eigen aardigheden zijn die gepaard gaan met het beproeven in vloeibaar helium. Het verschijnsel van op en neer gaande rekgrens treedt bij veel metalen op tijdens plastisch vervormen bij -253°C en bij -269°C, en is duidelijker naar mate de testtemperatuur lager is. Het wordt gekaraktiseerd door op bepaalde punten van het proefstuk onderbroken plastisch rekken tijdens belasting en het kan leiden tot spreiding in de meetwaarden van rekgrens en treksterkte.

Austenitisch roestvast staal


Austenitisch roestvast staal is uitgebreid toegepast bij temperaturen tot -269°C. Deze staalsoort bevat voldoende hoeveelheden nikkel en mangaan om de tempe ratuur waarbij de vorming van martensiet begint (Ms) tot onder het nulpunt te doen dalen. Het behoudt dus de vlakken gecentreerde kubische kristalstructuur bij koelen vanaf warmbewerkings- of zachtgloeitemperaturen. Als de testtemperatuur wordt verlaagd nemen de rekgrens en treksterkte van austenitisch roestvast staal aanzienlijk toe en deze staalsoort behoudt goede vervormbaarheid en taaiheid bij -269°C. De meeste austenitische roestvaststaaltypen zijn zonder meer lasbaar, maar bij sommige veroorzaakt de laswarmte sensitisering die de corrosie weerstand in de laszone verlaagt (interkristallijne corro sie). Koudwalsen of koudtrekken verhoogt de sterkte van austenitisch roestvast staal. Koudvervormen bij -196°C is effectiever in het verhogen van de sterkte dan koudvervormen bij kamertemperatuur. Bij instabiele austenitische roestvast-staaltypen zoals 301, 304, en 304L, veroorzaakt plastische vervorming bij temperatu ren onder nul gedeeltelijke omzetting in martensiet, hetgeen de sterkte verhoogt. Voor sommige cryogene toepassingen is het wenselijk om een stabiel type te nemen, zoals 310. De typen 301 en 310 zijn toegepast in de vorm van een extra harde koudgewalste plaat van hoge sterkte voor toepassingen als vloeibaarzuurstoftanks en vloeibaar waterstoftanks van de Atlas- en Centaurraketten. Verbindingen werden gemaakt met stompe fusielassen en parallel aan de lassen werden verstijvingsstrips aangebracht met behulp van puntlassen. Bij een andere methode om hoog-sterke cilindrische tanks te bouwen werden geprefabriceerde gelaste tanks gemaakt van zachtgegloeid roestvast-staaltype 301, door dit in een cilindrische mal te plaatsen, deze onder te dompelen in vloeibaar stikstof en het in de mal te expanderen tot zijn cilindrische vorm. De mate van versteviging hangt af van de hoeveelheid plastische vervorming die optreedt bij het tot cilinder persen. Versteviging is het resultaat van het dubbele effect van koudvervormen van het austenitisch roestvast staal en van de gedeeltelijke omzetting van austeniet in martensiet. Het austenitisch roestvast-staaltype 304 wordt gewoon lijk in zachtgegloeide toestand gebruikt voor buizen, pijpen en afsluiters voor het transport van cryogene stof fen, voor dewarvaten en opslagtanks en voor construc tieonderdelen waarvoor geen hoge sterkte wordt geëist. De typen 310 en 310S worden als metallurgisch stabiel beschouwd voor blootstelling aan alle cryogene condities. Deze typen worden dan ook gebruikt voor onderdelen waarvoor maximum stabiliteit en een hoge mate van taaiheid bij cryogene temperatuur worden geëist. Type 316 is minder stabiel dan type 310, maar treksta ven van 316, die werden getrokken tot 0,2% blijvende rek bij -269°C, vertoonden geen teken van martensietvorming in de gedeformeerde delen. Als trekstaven van 316 echter tot breuk werden getrok ken bij - 269°C dan bleek in de breukgebieden zo’n 50% martensiet te zijn ontstaan. Roestvast staal van het type 316 is een belangrijke kandidaat voor constructiedelen van supergeleidende en magnetische fusieapparatuur.


Tabel 1 Kookpunten van vloeibaar gemaakte gassen.



Tabel 2 Roestvast-staaltypen voor cryogeen gebruik.


Tabel 3 Kenmerkende trekeigenschappen van zachtgegloeide austenitisch roestvast-staaltypen uit de 300-reeks.
 

Mangaan


Voor onderdelen van cryogene constructies met hogere sterkte zijn er verscheidene typen roestvast staal die significante hoeveelheden mangaan bevatten, die een bepaalde hoeveelheid nikkel vervangen, tezamen met kleine hoeveelheden stikstof en andere elementen die de mechanische sterkte verhogen. Zulke typen zijn 21-6-9, Pyromet 538®, Nitronic 40®, Nitronic 60® en Kromarc 58®.

Roestvast-gietstaal


Roestvast-gietstaaltypen zoals weergegeven in tabel 1 worden toegepast voor bellenkamers, voor cilindrische magneetbuizen voor supergeleidende magneten, voor afsluiterhuizen en voor andere onderdelen die worden gekoeld tot -269°C tijdens gebruik. Voor zulke toepas singen is gietwerk geschikter dan gesmede producten.



Tabel 4 Kenmerkende trekeigenschappen van koudvervormd austenitisch roestvast-staalplaat uit de 300-reeks.


Trekeigenschappen


Tabel 2 geeft typische trekeigenschappen van austenitisch roestvast staal uit de AISI 300-reeks bij kamertemperatuur en bij temperaturen onder nul. Tabel 3 geeft trekeigenschappen van austenitisch roestvast staal uit de AISI 300-reeks in koudvervormde toestand. Koudver vormen verhoogt rekgrens en treksterkte aanzienlijk en reduceert de vervormbaarheid, maar de vervormbaar heid en kerfslagtaaiheid van de koudvervormde legering zijn dikwijls voldoende voor cryogene toepassingen. Tabel 4 geeft treksterkten van andere roestvast-staalty pen. Het sterkste effect van de stikstoftoevoeging is het geven van een hogere rekgrens bij cryogene temperaturen. Kromarc 58® is toegepast voor verscheidene con structietoepassingen in prototypen van supergeleidende generatoren. Andere met stikstof versterkte roestvaststaaltypen hebben vergelijkbare eigenschappen. De gege vens voor koudbewerkte AISI 202 en Kromarc®-plaat laten zien hoe deze legeringen kunnen worden ver stevigd door koudvervormen, hetgeen resulteert in ver laagde vervormbaarheid. Oplosgloeiing en veroudering van de legering A-286 geeft goede sterkte met goede ver vormbaarheid en kerfslagtaaiheid in het cryogene bereik. Vanwege zijn lage vervormbaarheid wordt legering AISI 416 niet aanbevolen voor gebruik beneden -196°C, behalve in onbelaste toepassingen. Tabel 5 geeft resultaten van trekproeven op roestvast- staallassen bij temperaturen onder nul, die significant kunnen zijn bij het kiezen van roestvast staal voor cryo gene toepassingen. Van zachtgegloeide plaat in de gelaste toestand heeft Kromarc 58® de gunstigste eigenschappen van alle in tabel 5 vermelde legeringen. De treksterkte van A-286-lassen kan worden verhoogd door veroude ringsharden. Er is echter een aanzienlijk voordeel in de mogelijkheid om lassen in de gelaste toestand te gebrui ken, zoals dat mogelijk is met lassen in Kromarc®. Boven dien is Kromarc® niet zo moeilijk te lassen als A-286. Trekeigenschappen van roestvast-gietstaal bij temperaturen onder nul zijn opgesomd in tabel 6. Deze gegevens laten zien dat de legeringen CF8 en CF8M beschikken over een rekgrens bij temperaturen onder nul die verge lijkbaar is met die van kneedlegeringen. Rekgrens en treksterkte van gegoten Kromarc 55® zijn echter aanzienlijk lager dan die van de kneedlegering Kromarc 58®. Resultaten van ultrasone bepaling van elasticiteitsmodulus en Poissonverhouding van vier roestvast-staaltypen zijn weergegeven op de afbeeldingen 1 en 2 en kunnen dienen als aanvullende gegevens.

Kerfslagtaaiheid


Gegevens betreffende kerfslagtaaiheid van roestvast staal zijn schaars, omdat staal van het soort dat geschikt is voor gebruik bij cryogene temperaturen over een grote taaiheid beschikt. De kerfslagtaaiheidsgegevens die beschikbaar zijn, zijn verkregen via de Jintegraalmethode en omgezet in KIC(J)-waarden. Zulke gegevens voor basismetaal en lassen zijn opgesomd in tabel 7. Kerfslagtaaiheid van basismetaal is betrekkelijk hoog, zelfs bij -269°C. Kerfslagtaaiheid van fusiezones van lassen kunnen hoger of lager zijn dan die van het basismetaal.

Vermoeiingsscheursnelheden


De vermoeiingsscheursnelheden van het basismetaal zijn in het algemeen hoger bij kamertemperatuur dan bij temperaturen onder nul, of ongeveer gelijk bij kamer temperatuur en bij temperaturen onder nul, met uitzondering van het type 21-6-9. Voor 21-6-9 geldt dat de vermoeiingsscheursnelheden bij -269°C hoger zijn dan bij kamertemperatuur. De vermoeiingsscheursnelheden bij kamertemperatuur en bij temperaturen onder nul, bij dezelfde waarden van ΔK, zijn nagenoeg hetzelfde. Vermoeiingsscheursnelheden in de fusiezones van lassen neigen naar hogere waarden dan in het basismetaal.


Tabel 5 Kenmerkende trekeigenschappen van lassen in austenitisch roestvast staal.



Tabel 6 Kenmerkende trekeigenschappen van roestvast-gietstaal.


Tabel 7 Breuktaaiheid van AISI 310S basismetaal en lasmetaal.



Tabel 8 Resultaten van vermoeiingsproeven op een aantal typen austenitisch roestvast staal.
 

Vermoeiingssterkte


Resultaten van buigings- en axiale vermoeiingsproeven bij 106 wisselingen met austenitisch roestvast staal bij kamertemperatuur en bij temperaturen onder nul zijn vermeld in tabel 8. De vermoeiingssterkte neemt toe bij afnemende expositietemperatuur. Gekerfde proefstukken bezitten aanzienlijk lagere vermoeiingssterkten dan
over eenkomstige ongekerfde proefstukken bij alle beproevingstemperaturen. Gladder maken van ongekerfde proefstukken verbetert de vermoeiingssterkte. Pyromet is een gedeponeerd handelsmerk van Carpenter Technology Corporation. Nitronic is een gedeponeerd handelsmerk van Armco International. Kromarc is een gedeponeerd handelsmerk van Westinghouse Specialty Metals.

Afbeelding 1 Ultrasoon bepaalde E-moduluswaarden van 4 typen austenitisch roestvast staal.

Afbeelding 2 Ultrasoon bepaalde Poissonverhoudingen van 4 typen austenitisch roestvast staal.

Nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle niet te missen ontwikkelingen in de Aluminium en Roestvast Staal branche.

Velden met een * zijn verplicht