Go to top

EU–India vrijhandelsakkoord: “de moeder van alle deals” – of een signaal dat het EU-handelsbeleid onder druk staat?

De Europese Commissie is de afgelopen periode nadrukkelijk op zoek geweest naar een handelsdossier dat als succes kan worden gepresenteerd. Na forse weerstand rond het Mercosur-akkoord – onder meer vanuit de Europese landbouwsector – en nadat het Europees Parlement het akkoord ter juridische toetsing doorverwees, kwam er extra druk te staan op het handelsbeleid in Brussel.

Door: de redactie


Tegen die achtergrond presenteert de Commissie het aangekondigde vrijhandelsakkoord tussen de EU en India als een nieuwe mijlpaal. Commissievoorzitter Ursula von der Leyen noemde het zelfs de “mother of all deals”. Numeriek is dat te begrijpen: een vrijhandelszone met circa twee miljard mensen zou historisch zijn. Tegelijk zit daar volgens critici direct de kern van het probleem: het debat gaat vooral over schaal en headlines, minder over inhoudelijke risico’s en sectorimpact.


Communicatie focust op export, minder op importimpact
Wie kijkt naar de officiële communicatie ziet dat de nadruk sterk ligt op exportkansen voor Europese bedrijven in India. Het onderwerp “importen” komt beperkt terug. Dat patroon is herkenbaar in handelsdossiers: kansen worden uitvergroot, risico’s worden minder expliciet benoemd. In de praktijk is het juist de importdruk – onder andere vanuit India – die de afgelopen maanden tot stevige discussie heeft geleid binnen delen van de Europese industrie. India behoort bovendien tot de landen waartegen de EU relatief vaak handelsbeschermende maatregelen inzet.


Staal als gevoelig dossier binnen vrijhandel
De spanningen worden extra zichtbaar in de staalsector. In het EU-debat wordt China vaak aangewezen als belangrijkste bron van marktverstoring, maar er zijn signalen dat de importpositie van India in (delen van) de Europese staalmarkt sterk is toegenomen. In sommige analyses wordt gesteld dat in 2024 meer staal vanuit India de EU binnenkwam dan vanuit China, en dat dit tegen lagere prijzen gebeurde. Daarnaast speelt CO₂-intensiteit een belangrijke rol. In dezelfde kritiek wordt aangehaald dat Indiaas staal gemiddeld een hogere directe CO₂-uitstoot heeft dan staal uit China (genoemd wordt circa 60% hoger op basis van EU-berekeningen). Tegelijk zou staal in het EU–India akkoord (volgens die analyses) richting tariefvrijstelling bewegen, wat wringt met het EU-verhaal over klimaatbeleid en “gelijke spelregels”.


dit raakt direct aan drie kernpunten voor de sector:

  • Prijsdruk en concurrentieverhoudingen (import tegen lagere prijs)
  • Carbon leakage-risico’s (verplaatsing van productie/inkoop naar regio’s met hogere emissies)
  • Samenhang met CBAM (CO₂-grensheffing) en uitzonderingen/overgangsregimes


De Commissie kan op korte termijn nog proberen extra maatregelen te activeren via safeguard-clausules (beschermingsmechanismen) die in handelsakkoorden kunnen worden opgenomen. Maar structureel blijft dan het spanningsveld bestaan tussen klimaatambities en markttoegang.


CBAM, uitzonderingen en geopolitieke gevoeligheden
In het debat wordt ook benoemd dat India zou hebben ingezet op uitzonderingen, zowel rond staalheffingen als rond CBAM. Mocht dat (deels) gebeuren, dan kan dat een precedentwerking hebben richting andere handelspartners, omdat CBAM juist bedoeld is om CO₂-kosten in de keten eerlijker te prijzen.


Economische logica versus politiek-bestuurlijke vragen
Een vrijhandelsakkoord met India kan economisch aantrekkelijk zijn (markttoegang, groei, diversificatie van handelsrelaties). Tegelijk wijzen critici op politieke en morele vragen: de EU profileert zich internationaal met “waarden-gedreven handel” (mensenrechten, rechtsstaat, milieu), maar die lijn zou in dit dossier minder zichtbaar zijn.Ook wordt gewezen op geopolitieke spanningsvelden, zoals India’s relaties met landen waar de EU sanctie- of drukbeleid op voert. Dit maakt de politieke afweging complex: economische belangen, strategische positionering en waardenbeleid lopen niet altijd parallel.


Rol van Europees Parlement en democratische legitimiteit
Een extra dimensie is de institutionele verhouding tussen Europese Commissie en Europees Parlement. Het Parlement kijkt kritischer naar zowel de inhoud als de procedure van handelsakkoorden, mede vanwege zorgen over (tijdelijke) toepassing van akkoorden voordat volledige parlementaire ratificatie is afgerond. In eerdere dossiers heeft dit geleid tot politieke frictie en juridische vragen.


Conclusie
Vrijhandel is een belangrijke motor voor economische groei en industriële ketens, zeker in sectoren als staal en RVS met internationale supply chains. Tegelijk laat het EU–India dossier zien dat vrijhandel in de metaalindustrie niet alleen een economische discussie is, maar ook raakt aan:

  • handelsbescherming en marktverstoring
  • CO₂-intensiteit en beleidsconsistentie (CBAM/ETS)
  • democratische besluitvorming en draagvlak

Nieuwsbrief

Schrijf je hier in voor de wekelijkse Nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle niet te missen ontwikkelingen in de Aluminium Roestvast en Staal branche!

Velden met een * zijn verplicht