Go to top

Blog Ko Buijs - Verzilting en de gevolgen voor toegepaste metalen

Het zal haast niemand zijn ontgaan dat deze droge zomer voor de nodige problemen in Nederland zorgt voor de landbouw, veeteelt en de natuur in het algemeen. Een van de problemen is de toenemende zorg van het oprukkende zeewater in kanalen en rivieren. Daarnaast is er relatief veel zoetwater verdampt waardoor de concentratie van chloriden en andere corrosieve stoffen in het resterende kanaal- en rivierwater is toegenomen.

Door: Ko Buijs

T.a.v. het oprukkende zeewater heeft Rijkswaterstaat inmiddels rigoureuze maatregelen genomen. Dat doet zij o.a. met het opstuwen van zoetwater in rivieren m.b.v. grote vijzels en het aanleggen van bellengordijnen die het zeewater zo goed mogelijk tegen moeten houden. Hier wordt slim gebruik gemaakt van het verschil tussen het soortelijk gewicht van zee- en zoetwater.

Nu is het niet mijn bedoeling om een blog te schrijven over de gevolgen voor de landbouw en veeteelt hoewel ik daar uiteraard wel de ernst van inzie. De bedoeling is om de lezer te attenderen op een ander probleem dat daarmee gepaard gaat en dat is de verhoging op de kans van allerlei corrosiemechanismen. Dat klinkt wellicht wat vreemd in de oren want men denkt veelal ‘hoe droger het is hoe minder kans op corrosie’. Dat is uiteraard wel zo maar het oprukkende zeewater heeft ook zo zijn gevolgen.

Zeewater heeft een aanzienlijk hoger elektrisch geleidingsvermogen dan zoetwater en dat betekent ook een grotere kans op corrosie. Daarom zijn de corrosieprestaties van de meeste metalen in zee- en brakwater beduidend minder dan in oppervlaktewater zoals in meren, kanalen, rivieren en sloten. Maar daarnaast is er in zeewater een verhoogde kans op microbieel geïnduceerde corrosie dat kortweg MIC wordt genoemd. De verantwoordelijke bacterien hiervoor zijn namelijk rijkelijk in zeewater aanwezig.

Daarbij wordt primair gedacht aan zwavelreducerende bacteriën en secundair aan andere zuurvormende organismen. Dus men kan stellen dat de verzilting door dit oprukkende zeewater ook zijn tol eist op de corrosiebestendigheid van de toegepaste metalen in damwanden, bruggen, gemalen, sluizen e.d. maar ook die van binnenschepen. Deze verzilting kan zelfs dergelijke vormen aannemen dat de eventueel toegepaste kathodische bescherming niet meer goed functioneert. Dit is in de meeste gevallen goed op te lossen met een ander anodemateriaal en/of door het plaatsen van meerdere anodes. Een optimaal werkende anode moet het gebied dat beschermd moet worden a.h.w. kunnen zien. Ook zijn er anodes op de markt die de beschermingsstroom laten fluctueren en daarmee fluctueert ook de zuurgraad waardoor bacteriën worden gefrustreerd om zich af te zetten als een corrosieve biofilm.

De vraag die nu terecht opkomt is wat er tegen het toenemende corrosiegevaar gedaan kan worden? Laten we in ieder geval hopen dat er weer voldoende zoetwater wordt aangevoerd om het zeewater weer terug te brengen waar het hoort. Dat neemt niet weg dat er inmiddels al corrosieschade opgetreden zou kunnen zijn op die plaatsen die belast zijn geweest met het ongewenste zee- en brakwater. Indien het terugdringen van dit water onverhoopt te weinig of niet gebeurt dan zullen er tools gebruikt moeten worden die reeds beschikbaar zijn om deze corrosie zoveel mogelijk te bestrijden.

Tegenwoordig kan met zogenaamde corrosiemonitoring een systeem optimaal in de gaten worden gehouden zodra een bepaalde vorm van corrosie een aanvang neemt. Er kan zelfs een app geactiveerd worden op een mobiele telefoon waardoor op iedere plek in Nederland de prestaties van dit systeem gevolgd kunnen worden. Ook zal het systeem een waarschuwing geven zodra actie noodzakelijk is om erger te voorkomen. Hierbij kan gedacht worden aan het LORA-systeem van KPN. Het voordeel is dat de sondes zeer weinig energie gebruiken zodat batterijen die deze sondes intermitterend moeten activeren wel jaren mee kunnen.

Indien er een melding komt dat het systeem beginnende corrosie toont dan kunnen passende maatregelen genomen worden zoals het aanpassen van kathodische bescherming of het aanpassen van een deklaag. Indien het mogelijk of verantwoord is, kunnen ook metalen of niet-metalen toegepast worden die niet gevoelig zijn voor MIC en/of andere vormen van corrosie. Tenslotte is het raadzaam een corrosiedeskundige te raadplegen die meedenken kan om een systeem te behoeden voor aantasting.

Share this

Nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle niet te missen ontwikkelingen in de Aluminium en Roestvast Staal branche.

Velden met een * zijn verplicht