Go to top

Wat betekent Amerikaans schaliegas voor Europa’s Aluminiumsector?

In het eerste nummer van dit jaar (2014) schreef vakblad Aluminium over de toestand van de Europese elektriciteitsmarkt. We concludeerden dat Nederland in 2012 en 2013 had geleden onder de te langzame integratie van de Noord-West Europese groothandelsmarkt voor elektriciteit, maar dat die problemen in de loop van 2014 zullen worden opgelost. In dit nummer kijken we naar een andere bedreiging voor de energie-intensieve aluminiumindustrie: Amerikaans schaliegas.


Schaliegas heeft de Amerikaanse energiemarkt getransformeerd. Het land is in een paar jaar tijd uitgegroeid tot ‘s werelds grootste producent van schaliegas. Een miljoen Amerikanen zijn reeds werkzaam in de nieuwe industrie en nog vele anderen kunnen rekenen op werk als gevolg van de industriële renaissance die het schaliegas heeft aangewakkerd. Een renaissance die naar schatting tot 2035 kan duren.
Het goedkope gas beïnvloed het verschil tussen Amerikaanse en Europese elektriciteitsprijzen. De gemiddelde Europese consument betaalt vier keer zo veel voor elektriciteit als een Amerikaan. Voor de industrie, die met groothandelsprijzen werkt, is het verschil kleiner; maar nog steeds aanzienlijk. Afbeelding 1 laat zien dat de Europese industrie tot twee keer zoveel betaald. Dat is slechts nieuws voor onze energie-intensieve industrie.


Afbeelding 1 - Groothandelsprijzen voor elektriciteit in Amerika, Europa en Australië (2011-2013) Bron:
Europese Commissie, Staff working document on energy prices and costs in Europe 2014


Is Europese energie te duur?


Europa heeft een even grote voorraad schaliegas als Amerika, maar maakt er nog geen gebruik van. Europese landen vertrouwen op de Noordzee reserves en ze importeren veel gas uit Rusland. Verder hebben we hier te maken met strengere milieuregels, hogere nettarieven en we betalen via onze energierekening mee aan de subsidies voor groene energieprojecten.

Europese verbruikers bevinden zich daardoor in een vreemde situatie. Aan de ene kant zijn grondstoffenprijzen sinds 2008 gedaald. In combinatie met de één wordende Europese elektriciteitsmarkt en de snelle ontwikkeling van groene energie (met name in Duitsland) zorgde dat voor een daling in de groothandelsprijs van elektriciteit tussen de 35 en 45 procent. Dat is met name goed nieuws voor grootverbruikers in de energie-intensieve industrie. Deze bedrijven kopen hun energie namelijk in voor groothandelsprijzen.
De eenwording van de Europese groothandelsmarkt voor elektriciteit verloopt jammer genoeg niet helemaal zonder problemen. In ons vorige nummer beschreven we bijvoorbeeld nog hoe Aldel het slachtoffer werd van ongelijkheden tussen Nederland en haar buurlanden. Verder is de groothandelsprijs nog lang niet zo laag als in Amerika. Dus ook wanneer de kinderziekten van de eenwording zijn genezen kampen Europese verbruikers nog met fundamenteel hogere prijzen.
Een rapport van de Europese Commissie dat eind januari verscheen meent echter dat ook daar verandering in zal komen. Voor alle particulieren en voor de meeste bedrijven zijn de elektriciteitsprijzen de afgelopen jaren gestegen. Dat komt doordat nettarieven, milieubelastingen en subsidieheffingen voor groene energie sneller opliepen dan dat de productiekosten daalden. Die trend zal nog een behoorlijke tijd doorzetten.
Het aandeel van groene energie moet nog veel verder toenemen en het elektriciteitsnet moet daarop worden aangepast. De hoeveelheid groene energie die wordt opgewekt is namelijk lastig te beheersen. Op stormachtige dagen kunnen windparken zo veel elektriciteit genereren dat het huidige elektriciteitsnet dat niet aan kan. Verder staan windparken op heel andere plaatsen dan oude energiecentrales. Ook daar moeten netbeheerders voor compenseren. Hierdoor verwacht de Europese Commissie pas vanaf 2020 weer een daling van de bruto elektriciteitsprijs.



Deze daling komt dan voort uit de groene energieprojecten die in dit decennium met behulp van subsidies worden opgebouwd. De Europese Commissie is hier erg optimistisch over, omdat onderzoek heeft uitgewezen dat de groene sector nu al de hoofdverantwoordelijke is voor de daling in groothandelsprijzen.

Op de korte termijn kampen we echter nog met relatief hoge prijzen. Volgens een recent rapport van Duitse, Franse en Britse economen zal dat gelukkig niet leiden tot een massale de-industrialisatie van Europa. Het onderzoek stelde weliswaar vast dat Europa niet kan concurreren op het gebied van goedkope grondstoffen, maar ook dat het merendeel van de Europese industrie daar helemaal niet op leunt. De energieprijs is nauwelijks relevant voor meer dan 90 procent van de industrie in de drie grootste industriële economieën: Duitsland, Frankrijk en Italië.
Uit het onderzoek blijkt verder dat Europeanen over de hele linie, dus van huishoudens tot en met industriële grootverbruikers, goed omgaan met de relatief dure energie. Afbeelding 3 laat duidelijk zien dat Europeanen een stuk efficiënter zijn dan hun Noord Amerikaanse neven. En dat kan ons nog goed van pas komen wanneer energieprijzen weer convergeren.

Het rapport erkent echter ook dat de aluminium- en de cementindustrie wél heel gevoelig zijn voor hoge energieprijzen. Daar staat tegenover dat deze sectoren vergaande kortingen en subsidies ontvangen en dat de EU heeft al aangegeven dat daar geen verandering in zal komen. Zelfs niet nu de milieuregels worden verscherpt.


Afbeelding 3 - Energieverbruik tegenover Bruto Binnenlands Product Bron: Wereldbank en Gapminder.


Toch ziet de eurocommissaris voor energie, Günther Oettinger; die zelf uit het Ruhrgebied komt; in dat de discrepantie tussen de Amerikaanse en Europese energieprijs te groot is. Er moet iets gebeuren om de energie-intensieve industrie te redden. Met dat standpunt zal hij volgende maand deelnemen aan de Eurotop over energie.

Wel of geen Schalie?


Europa heeft minstens even veel potentie voor schaliegasproductie als Amerika. Als we onze reserves aanboren zullen ook onze energieprijzen stevig dalen en zijn alle problemen voor de energie-intensieve industrie opgelost. Toch is daar maar weinig enthousiasme voor bij de meeste Europese regeringen.

Het zal niemand verbazen dat energiebedrijven de schalievelden in Europa wél graag willen aanboren. Begin januari betoogde Cristof Ruehl, vice president en het hoofd van economische zaken bij British Petroleum, dan ook voor een snelle start van de exploitatie. Daar had hij echter heel andere beweegredenen voor dan de industriële grootverbruikers. Sterker nog, hij weersprak voorspellingen dat Europa zou de-industrialiseren als het de schaliereserves niet zou aanboren. Europa heeft volgens Ruehl nog meer dan genoeg pull-factoren om grootschalige verhuizingen naar Amerika te voorkomen.
Volgens Ruehl krijgt Europa te maken met een veel groter probleem. Terwijl Amerika op weg is om netto exporteur van energie te worden blijft Europa een netto importeur. Zeker wanneer de Noorzee reserves opdrogen krijgt Europa grote problemen met de handelsbalans. Kortstondige of kleine tekorten zijn geen enkel probleem, maar een chronisch tekort op de handelsbalans is buitengewoon slecht voor een economie. Toch maakt de Europese Commissie zich hier geen zorgen over. De ontwikkeling van groene energie doet deze voorspelling volledig teniet. Ruehl ziet de ontwikkeling van groene energie echter als deel van het probleem.

Europa legt zichzelf veel strengere milieuregels op dan de rest van de wereld. Als Europa die regels wil naleven zonder dat het economische groei inlevert moet het de exploitatie van schalie volgens Ruehl heroverwegen. Er zit zeker een kern van waarheid in Ruehls opmerkingen. Toch moeten we niet vergeten dat hij vooral de belangen van BP behartigd en niet die van de Europese burgers. Dat is de taak van onze regeringen en die zijn stukken minder enthousiast over schaliegas.


Afbeelding 4 - Schematisch voorbeeld van frakken Copyright: Hannah Otto.


Nadelen van frakken


Hydraulisch kraken of frakken is een ingenieuze techniek waarmee enorme voorraden grondstoffen binnen ons bereik zijn gekomen. Helaas heeft de techniek ook een hoop nadelen. Frakken levert aanzienlijke milieuschade op een brengt de volksgezondheid in gevaar.
Om te frakken boort men een smalle put en vult die op met een met cement omlijnde stalen pijp. Een industriële perforator schiet vervolgens gaten in deze constructie ter hoogte van het gashoudende gesteente. Door die gaten pompt men dan frakvloeistof in het gesteente waardoor het openbreekt en het gas vrijkomt. Helaas komt de frakvloeistof van één boorput niet erg ver. Er zijn duizenden boorputten nodig om een schalieveld te exploiteren. Het aantal putten in Amerika sukkelt al naar de 40.000.

De (economische) voordelen van schaliegas zijn al uitgebreid besproken, maar de nadelen nog niet. De Nederlandse regering liep al niet warm voor schalie en sinds de aardbevingen rondom het conventionele gasveld in Slochteren zijn alle plannen van tafel geveegd. Net als bij conventionele gaswinning kan frakken namelijk leiden tot aardbevingen. Over het algemeen zijn de bevingen te klein om te voelen, maar in Amerika druppelen er steeds meer meldingen binnen van aardbevingen die wél zijn gevoeld. Metingen wijzen uit dat er in 2012 zes keer zoveel aardschokken waren als in 2001. Vooralsnog hebben deze bevingen weinig schade veroorzaakt en is er nog geen doorslaggevend bewijs dat ze zijn veroorzaakt door frakken, maar het is nog vroeg.

Aardbevingen en natuurlijke verschuivingen van steenformaties brengen de boorputten schade toe. Dit veroorzaakt scheuren in de put. Frakvloeistof en gas lekt door die scheuren in aardlagen waar het absoluut niet in terecht mag komen. Met name de lekkages op het grondwaterpeil hebben verstrekkende gevolgen voor mens en natuur.
Het methaangehalte in het drinkwater in de buurt van boorputten is gemiddeld 17 keer hoger dan normaal. Miljoenen Amerikanen kunnen hun kraanwater met een lucifer in brand steken. De Amerikaanse overheid en de energiebedrijven houden vol dat een hoger methaangehalte geen gevaar vormt voor de volksgezondheid. Medici zijn daar minder van overtuigd, maar durven nog geen definitieve uitspraken te doen. Ze zijn echter wel zeker van de schadelijke gevolgen van de chemicaliën in frakvloeistof.
Energiebedrijven hameren erop dat frakvloeistof maar een heel kleine hoeveelheid chemicaliën bevat en dat de meeste van die chemicaliën ook te vinden zijn in huis tuin en keuken producten. Hiermee wekken ze een illusie van veiligheid bij de gewone burger. Nu is het zonder meer waar dat frakvloeistof slechts 0,5 tot 2 procent aan chemicaliën bevat. Helaas vereist één boorput al snel acht miljoen liter frakvloeistof. Sommigen verbruiken zelfs dertig miljoen liter. Grote frakoperaties zoals die in Amerika en Canada verbruiken dus miljarden liters water. En dat op plekken met een semi-woestijnklimaat zoals Texas, Wyoming en Alberta.

Het gebruikte water gaat voorgoed verloren doordat het diep in de grond achterblijft en/of omdat het vergiftigd is. Al met al verbruikt één boorput enkele honderden tonnen chemicaliën. En de chemicaliën in kwestie zijn bepaald niet onschuldig. Een overzicht van veelvoorkomende chemicaliën en hun effect op de mens vindt u in afbeelding 5.


Afbeelding 5 - Veel voorkomende chemicaliën in frakvloeistof en hun gevolgen.


Uit de omgeving van frakinstallaties komen talloze meldingen van mensen met gezondheidsproblemen. Naast de problemen die zijn beschreven in afbeelding 5 zijn er nog gevallen van haaruitval, chronische vermoeidheid en botontkalking.

In Noord Amerika heerst een heel andere cultuur dan in Europa. Economisch gewin geniet voorrang boven volksgezondheid. Zeker zolang er nog geen definitief bewijs bestaat dat de gezondheidsproblemen van omwonenden verbindt met frakken. Verder bevinden de Noord Amerikaanse schalie-afzettingen bevinden zich veelal in dunbevolkt gebied zoals de Apalachen. In Europa ligt dat heel anders. In afbeelding 6 kunt u goed zien dat Noord West Europa veel schalie bevat. Het is echter ook een van de dichtst bevolkte gebieden op aarde. Met de huidige stand van de techniek is het volstrekt onmogelijk om hier schaliegas te winnen zonder dat het welzijn van tientallen miljoenen mensen in gevaar komt.

Boren naar schalie heeft ook een negatief effect op de uitstoot van broeikasgassen. Officiële cijfers wijzen uit dat de Amerikaanse uitstoot van broeikasgas flink is gedaald doordat het land meer gas verbrandt in plaats van steenkool. De wijze waarop men naar schalie boort maakt dit echter ongedaan. Voordat een boorput gas oplevert pompt het de frakvloeistof weer omhoog. Daar zit dan al een behoorlijke hoeveelheid methaan bij. Dat methaan komt rechtstreeks in de atmosfeer terecht. En ook in latere productiestadia slaagt de boor er niet in om al het gas op te vangen.

Wanneer je methaan verbrandt komt er relatief weinig broeikasgas vrij, ongeveer de helft van de uitstoot als gevolg van kolenverbranding. Onverbrand methaan is echter 86 keer schadelijker dan CO2. Bij atmosferische boorlekkage vanaf 3,2 procent richt het boren naar schaliegas dus meer schade aan dan het voorkomt. Onderzoek van Cornell University wees onlangs uit dat de lekkage in de meeste boorputten tussen de 3,6 en 7,9 procent ligt.

Tot slot hebben frakinstallaties een vrij scherpe productiecurve. Aanvankelijk is productie hoog, maar die vlakt al na een paar jaar af.


Afbeelding 6 - Wereldwijde schalie-afzettingen Bron: International Energy Agency.


De Amerikaanse schalievoorraad is weliswaar groot genoeg om het land de komende vijftig jaar van gas te voorzien, maar het is zeer de vraag of de productiekosten ook lange tijd laag zullen blijven. Volgens de meeste schattingen bereikt Amerika ergens in de komende 5 jaar al het piekproductieniveau.

Gezien al deze nadelen mag duidelijk zijn waarom Europese regeringen terugdeinzen voor frakken. Al zullen sommige mensen het vanuit economisch opzicht als een gemiste kans ervaren.

Het Europees Amerikaanse vrijhandelsverdrag


Een schaliegasrevolutie zit er voor Europa dus niet in. En toch kunnen ook wij er binnenkort van profiteren.

Op dit moment onderhandelen de Europese Unie en de Verenigde Staten met elkaar over een enorm vrijhandelsverdrag: het Trans-Atlantisch Handels- en Investeringspartnerschap. Vanaf 2015 zal dit verdrag de twee grootste economieën op aarde (samen goed voor 60% van het wereldwijde BBP) nog hechter met elkaar verbinden. Onderhandelingen omvatten alle sectoren van de economie van aandelenhandel tot zeevaart. Halverwege januari reisde een Europese delegatie naar Washington D.C. om te praten over handel in energie. In het bijzonder de import van Amerikaans schaliegas.
Amerika is hard op weg om een van ‘s wereld grootste exporteurs van gas te worden. Huidige projecties voorspellen dat het land rond 2020 een dagelijks overschot zal hebben van 170 miljoen kubieke meter gas. Dat is voldoende om Groot Brittannië voor een halve winterdag van energie te voorzien.

Op zich is dat misschien een teleurstellend gegeven, want een dergelijke influx is lang niet voldoende om de Europese markt te verzadigen. Europese prijzen zullen dus hoger blijven dan die in Amerika. Toch zou het Amerikaanse gas ons een mooie ruggensteun opleveren.
Om te beginnen vergroot het ons concurrentievoordeel ten opzichte van Azië, waar de energieprijzen ook nu al hoger liggen dan in Europa. Wanneer we dat combineren met de geleidelijke stijging van de Aziatische (en dan vooral Chinese) loonkosten word het beeld nog positiever. Hiernaast zal Europees - Amerikaanse handel in gas gunstig zijn voor de Europese onderhandelingspositie ten opzichte van Rusland.

Op dit moment geniet Rusland een monopoliepositie in Europese landen die geen toegang hebben tot de Noordzee reserves. Gasprijzen worden in die landen kunstmatig hooggehouden en de nationale regeringen kunnen nauwelijks weerstand bieden tegen de wensen van het Kremlin. Met een Europees - Amerikaanse overeenkomst op het gebied van schalie kan Brussel de Europese markt veel beter behoeden voor Russische prijsmanipulaties.

Hoewel Amerika al heeft aangegeven dat het een overeenkomst wil sluiten op gebied van olie- en gasexport is het nog niet duidelijk hoe ver Washington wil gaan. Want terwijl Europa enkel zal profiteren moet Amerika ook rekening houden met een aantal nadelen.

Sinds de oliecrises van de jaren zeventig gelden er relatief strenge regels voor de export van olie en gas uit Amerika. Dit maakte de export weliswaar moeilijk en duur, maar het stelde Amerika´s toegang tot goedkope energie veilig in een tijd dat het een netto importeur was. Het is ook een belangrijke oorzaak van de lage energieprijzen nu de Amerikaanse productie van gas toeneemt. Er ontstaat namelijk een productieoverschot dat het land maar moeilijk kan verlaten.

Deze situatie stelt Amerikaanse politici voor een lastige keuze. Het land geniet momenteel van de lage energieprijzen en consumenten zullen er niet blij mee zijn als dat veranderd. Aan de andere kant staan politici onder grote druk van het buitenland om de exportrestricties te verlichten. Daarnaast oefenen de energiebedrijven ook druk uit. Zij hebben er veel baat bij als ze hun overtollige productie kunnen exporteren. Des temeer omdat de export ook de prijzen op de Amerikaanse markt weer iets zullen ophogen. De energiegiganten lobbyen daarom hard voor de opheffing van exportrestricties in het Europees - Amerikaanse vrijhandelsverdrag. Het is goed mogelijk dat deze machtige lobbybeweging de onderhandelingen in Europa’s voordeel zal bewegen.

Toegang tot goedkoop Amerikaans schaliegas zal de Europese industrie op korte termijn kunnen helpen. In ieder geval geeft het Europa een kans om te overleven tot het in 2020 de voordelen van goedkope groene energie gaat voelen.

 

Nieuwsbrief

Schrijf je hier in voor de wekelijkse Nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle niet te missen ontwikkelingen in de Aluminium Roestvast en Staal branche!

Velden met een * zijn verplicht