Go to top

Blog Frans Vos - Traceren en Markeren

En waar is dan die plastic verpakking?” vraag ik als me wordt gemeld dat het label met de certificaatreferentie niet op de platen zelf, maar op de plastic verpakking wordt bevestigd. “Op de container” is het antwoord. “En die container is vorige week geledigd door de afvalverwerker” wordt er nog snel aan toegevoegd.

En daar sta je dan met de mond vol tanden.


Door: Frans Vos - Materials Consult BV


Traceren volgens EN 10204
De voorgeschiedenis: Enkele jaren geleden werd ik gevraagd om een tegensprekelijke schade-evaluatie te doen wat betreft poedergelakte Sendzimir-verzinkte omkastingspanelen. ‘Sendzimir’ betreft daarbij een continu thermisch verzinkproces waarbij een dun laagje zink vanuit zijn gesmolten toestand wordt aangebracht op stalen platen. Tijdens de startmeeting tekenden twee partijen present: De leverancier die de verzinkte platen zou hebben geleverd en de producent van de omkastingen. Verzinkte platen werden door die producent op de nodige maatvoering gesneden, vervolgens geplooid en gelast tot omkastingspanelen, waarna de geplooide panelen werden verzonden naar een poederlakkerij. Na het aanbrengen van de laklaag werden de panelen weer terug gezonden naar de omkastingenproducent. Na de kennismakingsronde en de uitwisseling van de nodige technische info werd er een kijkje genomen in het atelier van de omkastingenproducent. Het gezelschap werd meegetroond naar verschillende poedergelakte panelen waarop diverse types schade zichtbaar waren en waarvan hij meldde dat het de te evalueren panelen betrof. Vervolgens toonde hij twee paletten met daarop telkens een stapel verzinkte platen, waarbij hij beweerde dat de daarnet getoonde schade-vertonende poedergelakte panelen waren geproduceerd met verzinkt stalen platen die van de getoonde stapels afkomstig waren. Hij beweerde vervolgens dat die platen door de hierboven bedoelde leverancier waren geleverd. Ook beweerde hij dat de poederlakkerij beweerde dat de schade te wijten was aan een slechte kwaliteit van de verzinking en dat volgens hem die leverancier dus aansprakelijk was voor de schade.

(Foto: iStock - Chris Steer) 


U hebt dat inderdaad goed gelezen: Er werd heel veel beweerd.
Het vervolg: De leverancier van de verzinkte staalplaten kwam al snel met de vraag of de omkastingen-producent kon aantonen dat de staalplaten op de twee paletten effectief van de leverancier afkomstig waren? Daarop werd verwezen naar twee in het technisch dossier aanwezige ‘type 2.2 materiaalcertificaten’ volgens de Europese norm ‘EN 10204, Producten van metaal – Soorten keuringsdocumenten’. Beide certificaten maakten melding van de naam van de hiervoor bedoelde leverancier, waaruit volgens de omkastingen-producent kon worden besloten dat de platen van die leverancier afkomstig waren. Dat is echter buiten een belangrijke eis van EN 10204 gerekend. Onder hoofdstuk 6 van de norm is immers bepaald dat de materiaalcertificaten moeten gepaard gaan met een geschikte identificatie van de betreffende producten opdat de traceerbaarheid tussen de producten en de materiaalcertificaten zou zijn  gegarandeerd. Dit betekent concreet dat op de geleverde metaalproducten een identificatie moet terug te vinden zijn die hen linkt met het materiaalcertificaat. Zonder die link is het immers niet mogelijk om te bewijzen dat de geleverde producten en de voorgelegde materiaalcertificaten bij elkaar horen. En daar knelde het schoentje, en wel bij beide partijen. Immers, gevraagd aan de leverancier waar op de verzinkte staalplaten een identificatie kon worden aangetroffen die de levering linkte met de bijhorende materiaalcertificaten, meldde de leverancier dat er geen identificatie op de producten zelf werd aangebracht, maar dat de nodige identificaties waren aangebracht op de plastic verpakking. En zo kwamen we dan bij de vraag “En waar is dan die plastic verpakking?”, die vervolgens nergens meer te vinden bleek te zijn. Op één van de paletten was wel nog een label met identificatiegegevens geniet, waarvan de omkastingenproducent beweerde dat hij dat van de plastic verpakking had afgenomen en aan de bijhorende palet had geniet. Dat label bevatte weliswaar een code die ook op één van de twee voorgelegde materiaalcertificaten was terug te vinden, maar bij gedetailleerde observatie bleek het label al eens eerder geniet te zijn. Er werden immers ook oude nietjesgaatjes waargenomen waarin nu geen nietje gevat zat. Het was dus evengoed mogelijk dat dat label vroeger ergens anders was aan geniet en dat label en pallet dus oorspronkelijk niet bij elkaar hoorden. In het kader van een tegensprekelijke expertise kan je dan niet anders besluiten dan dat er vanuit technisch oogpunt geen traceerbaarheid tussen de platen op de betreffende pallet en het beweerde materiaalcertificaat is aangetoond. Aan het tweede pallet was er zelfs helemaal geen label geniet, dus daar was vanuit technisch oogpunt sowieso sprake van een volledig gebrek aan traceerbaarheid naar het beweerde materiaalcertificaat.



(Bron: iStock-curraheeshutter).


Uiteindelijk hebben de partijen dus beiden in hun eigen voet geschoten.
De omkastingen-producent had de plastic verpakking met daarop de identificatiegegevens weggesmeten en had er ook niet aan gedacht om bij ontvangst van de paletten of voorafgaand aan het verwijderen van de plastic verpakking enkele foto’s van de leveringstoestand en van de op de verpakking aangebrachte labels te maken. Ik vermoed dat dat een les voor velen in de metaalsector is. De leverancier had dan weer hoofdstuk 6 van EN 10204 niet voldoende in acht genomen. Het aanbrengen van een label op een plastic verpakking blijkt immers geen ‘geschikte’ identificatie te zijn om de traceerbaarheid tussen het product en de materiaalcertificaten te garanderen. Het is immers des mensen dat een verpakking onmiddellijk na zijn verwijdering wordt weggesmeten. De enige wijze om voor metaalproducten aan de eisen van traceerbaarheid conform EN 10204 te voldoen, is dan ook om er zorg voor te dragen dat elk metaalproduct individueel is voorzien van een identificatienummer - bij grote voorkeur een lotnummer (en eventueel een gietnummer1) – dat ook op het materiaalcertificaat is terug te vinden. Bovendien moeten identificatienummers ook zodanig zijn aangebracht dat ze onuitwisbaar zijn. Als een identificatienummer eenvoudig kan worden weggeveegd of als een beetje water of ethanol voldoende is om een identificatienummer te doen verdwijnen, betreft het evenzeer geen ‘geschikte’ identificatie.  Ik vermoed dat ook dat een les voor velen in de metaalsector is.


En wat dan met de tracering als één of meerdere identificatienummers wel op een ‘geschikte’ wijze werden aangebracht, maar de plaat, pijp of eender welk metaalproduct na levering in stukken wordt gesneden? Dan is die identificatie toch enkel nog op één van die stukken aanwezig en zijn  de overige stukken toch niet meer traceerbaar? Ook daar is EN 10204 duidelijk: De traceerbaarheid tussen het product en het materiaalcertificaat moet ten allen tijde zijn gegarandeerd, en dat blijft geldig als het product in stukken wordt gesneden. Of met andere woorden: De identificatienummers moeten op een onuitwisbare wijze worden overgenomen op ieder afgesneden stuk. Dat principe wordt aangeduid met de termen ‘overdracht van markering’, ‘herwaarmerken’ of ‘overstempelen’. Bij de productie van heel wat installatie(type)s, zoals voor drukapparatuur, is dat zelfs meer dan een vereiste, het is een strikte verplichting waarbij veelal een erkend organisme moet worden betrokken. Voor kleine stukjes kan het inderdaad heel moeilijk worden om daarop nog het identificatienummer aan te brengen en zijn andere traceerbaarheidstechnieken mogelijk, maar voor elk stuk, van groot tot klein, blijft de basisregel dat tracering tot de oorspronkelijke plaat, pijp of een ander metaalproduct, en tot het bijhorende materiaalcertificaat ten allen tijde aantoonbaar moet zijn. En wat met de aantoonbaarheid dat de schade-vertonende poedergelakte omkastingspanelen waren geproduceerd uitgaande van de beweerdelijk door de leverancier geleverde verzinkte platen? Tsja, dat blijft koffiedik kijken.  


Hoe en waar markeren?
Dat is dan uiteraard de volgende vraag. We willen immers niet dat de wijze van markeren en de positie van de markeringen een nadelige invloed hebben op de eigenschappen en de duurzaamheid van de producten die met staalplaten of andere metaalproducten worden vervaardigd. Als je bijvoorbeeld met slagletters de identificatie zou aanbrengen, kunnen de letterinkepingen immers initiatiepunten voor scheurgroei vormen. En als je een onuitwisbare markering aanbrengt op een plaats waarover een laklaag moet worden aangebracht, mag en kan die markering dan bij de voorbehandeling van het metaaloppervlak worden verwijderd? Mogen, zeker, ‘moeten’ zelfs als je een goede coatinghechting wil bekomen. En kunnen zeker ook, zolang je maar de juiste voorbehandelingstechnieken gebruikt. Maar als je EN 10204 wil respecteren, ontstaat dan wel de vraag hoe je de traceerbaarheid ook tijdens de voorbehandeling en het lakken van de platen kan blijven garanderen. Bijkomend in het oog te houden: Niet alle markeerwijzen zijn onschuldig als je ze niet verwijderd. Zo kan een niet-verwijderde markeerlijn in de laszone van een roestvast staal je hele lasnaad ruïneren. Gebruik daarom geen markeerstoffen die chloriden, zwavel, lood of zink bevatten. Chloriden en de meeste zwavelhoudende componenten kunnen onder andere tot putcorrosie of spanningscorrosie leiden. Lood en zink in verfmarkers en in hittebestendig krijt kunnen dan weer tot zogenaamde ‘Liquid Metal Embrittlement (LME)’ (verbrossing door contact met vloeibare metalen) leiden, resulterend in een plotselinge scheurvorming tijdens het lassen of tijdens de warmtebehandeling. Controleer vóór het markeren dus de chemische samenstelling van de markeerstof. De lasnaad kan perfect zijn. De procedure kan foutloos zijn. De lasser kan van wereldklasse zijn. En toch begeeft het onderdeel het... door de aanwezigheid van een niet geschikte markeerstof. Met andere woorden: Als je niet weet wat er in de markeerstof zit, gebruik ze dan niet. Metallurgie trekt zich immers niets aan van aannames, laat staan van aannames die op beweringen berusten.


Frans Vos Caution

 
Nog een ander voorbeeld om te besluiten: Wist u al dat u met uw grafieten potlood op geen enkel metaal mag schrijven? Volgens de zogenaamde ‘galvanische reeksen’ is grafiet immers heel edel, waardoor een galvanisch koppel tussen grafiet en de meeste metalen tot aantasting van het metaal kan leiden (Ben je niet meer zeker van wat een galvanisch koppel juist is, dan verwijs ik je graag naar het artikel ‘De wet van de edelste’. Maar grafiet is toch uitwisbaar/verwijderbaar” hoor ik u denken? Was het maar zo eenvoudig. Zoals het potloodgeschrijf aantoont, is grafiet immers een vast smeermiddel, waardoor het gemakkelijk in moeilijk te reinigen oneffenheden en poriën kan binnendringen. In sommige gevallen is zelfs een beitsproces nodig om het grafiet effectief te kunnen verwijderen. Dat dat ook vanuit lasstandpunt geen overbodige luxe is, is de logica zelve. Grafietrestanten in de laszone dreigen immers als koolstof mee in de las te worden opgenomen. En was er daar niet ergens een regel ‘hoe hoger het koolstofgehalte, hoe moeilijker om te lassen’? Toegegeven, het zijn vele zaken waar je aan moet denken als je een besluit moet nemen in verband met hoe en waar te markeren, in het bijzonder als die markering achteraf dan weer moet worden verwijderd om – bij wijze van niet-exhaustieve voorbeelden - onthechte laklagen, putcorrosie, scheuren en/of lasproblemen te vermijden. Eén basisregel: Als de beoogde markeerwijze tot rechtstreekse of onrechtstreekse schade kan leiden, beoog dan een andere markeerwijze.  


(Bron: iStock-gerenme).

Het waarom van markeren, en van alternatieve opvolgingwijzen als je achteraf de markering voor goede redenen moet verwijderen, is echter duidelijk: Het garanderen van de traceerbaarheid, ten allen tijde. Als dat in de farmacie en de voeding kan, waarom zou dat dan niet kunnen in de maakindustrie, bij de aanleg van leidingen, in de wereld van de bouw en staalconstructie, of bij de realisatie van andere wonderen der techniek?

Nieuwsbrief

Schrijf je hier in voor de wekelijkse Nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle niet te missen ontwikkelingen in de Aluminium Roestvast en Staal branche!

Velden met een * zijn verplicht