Go to top

Indiase urbanisatie is goed voor de metaalsector

Commodity prijzen zijn laag. Veel bedrijven in de metaal- en mijnbouwsector lijden daarom verlies en een faillissementsgolf lijkt dichtbij. Of toch niet? India heeft namelijk aangekondigd dat het tot en met 2022 duizend miljard dollar investeert in de bouw van honderd splinternieuwe steden. In dit artikel onderzoekt ALURVS.nl hoe de ijzererts- en (roestvast)staalindustrie ervoor staat en wat we kunnen verwachten van het Indiase nieuwbouwproject.

Door Matthijs Schornagel

Waarom lage vraag?


Vaste lezers zullen het inmiddels wel kunnen raden, maar voor de volledigheid staan we er toch weer even bij stil. De Chinese economie verandert. De bouw en de zware industrie doen een stap terug, terwijl consumptie juist een grotere rol gaat spelen. Voor de Chinese economie als geheel betekent dit dat er nog steeds sprake zal zijn snelle groei. Verwachtingen van 6 tot 7 procent groei van het BBP lijken redelijk zeker. Bepaalde sectoren zullen echter krimpen en de metaalindustrie is daar een van.

De snelle urbanisatie van China was de voornaamste drijfveer voor de uitbreiding van de metaalindustrie, maar dat project is grotendeels voltooid. De huidige woningvoorraad is meer dan voldoende om verdere urbanisatie in de komende decennia op te vangen. China’s vraag naar metaal zal daarom waarschijnlijk afnemen. Het recentste rapport van CISA (Chinese Steel Association) voorspelt een terugval in de vraag naar staal van 6 procent in 2015.

Maar zijn er dan nog andere gebieden waar de vraag naar metaal nog wel toeneemt? En kunnen deze gebieden het wegvallen van de Chinese vraag opvangen. De antwoorden daarop zijn: ja en pas over een paar jaar.

De economieën van Zuid Oost Azië en Afrika groeien stevig en de urbanisatie is daar nog lang niet zo ver gevorderd als in China. Daar staat tegenover dat bedrijven en overheden in deze landen ook minder hard investeren in grote bouwprojecten. Dat was altijd de kracht van China. De overheid legde er veel nadruk op woningbouw en infrastructuur. Dus hoewel de vraag vanuit Afrika en Zuid Oost Azië wel degelijk zal toenemen is het nog maar de vraag of die het wegvallen van de Chinese vraag kan opvangen. Dit jaar zal dat in ieder geval nog niet gebeuren, maar de verwachtingen voor 2016 zien er beter uit.

Wordt India het nieuwe China?


Het enige land dat de situatie compleet kan veranderen is India. Met iets meer dan 1 miljard inwoners is het bijna even groot als China, maar het loopt nog een aantal stappen achter in haar economische ontwikkeling.
Vanwege de uiterst complexe bestuursstructuur en de verstikkende corruptie was India niet in staat om haar steden en infrastructuur uit te breiden op dezelfde schaal als China. In 2012 en 2013 kromp India’s vraag naar metaal zelfs. Sindsdien heeft de centrale regering in New Delhi echter schoon schip gemaakt waardoor het land weer aan de beterende hand is.

Nu de corruptie en bureaucratie tot acceptabele niveau’s zijn teruggedrongen wil India’s premier, Narenda Modi, doorpakken. Volgens de premier telt India in 2050 800 miljoen stadsbewoners; een aantal dat India’s steden in hun huidige vorm niet kunnen opvangen. Daarom investeert hij tussen 2015 en 2022 1000 miljard dollar in de bouw van 100 zogenaamde slimme steden.
Het laatste land dat in een keer zo’n grote investering deed was China aan het begin van de kredietcrisis en die investering veroorzaakte de zeepbel in commodities die vorig jaar uiteen spatte. Het is dus goed mogelijk dat de bodem is bereikt en dat we op weg gaan naar een nieuwe piek.
Het effect van deze investering is al te zien. India’s eigen staalsector is relatief klein en dat geeft buitenlandse producent een kans om hun goederen af te zetten. Import van staal nam vorig jaar al met 71 procent toe en de vooruitzichten voor een verdere toename zijn goed. India’s staalconsumptie groeide vorig jaar slechts 2,2 procent, maar de World Steel Association verwacht een toename van 6,2 procent dit jaar en nog eens 7,3 procent in 2016.

Als al deze verwachtingen daadwerkelijk uitkomen is de metaalindustrie gered. De vraag is alleen of India’s bouwproject op tijd komt. De overproductie in de metaal- en mijnbouwindustrie is zo groot dat het nog tot 2017 kan duren voordat vraag en aanbod weer in balans zijn. Naarmate we dichter bij dit break-even punt komen zullen prijzen waarschijnlijk ook stijgen, maar er zullen veel bedrijven zijn (vooral Chinese) die alsnog sneuvelen.

 

Concept van een slimme stad in India.


Complottheorie


Boze tongen beweren dat de grote mijnbouwbedrijven de huidige situatie met opzet hebben gecreëerd, omdat ze baat hebben bij een periode met extreem lage prijzen. Het idee achter deze theorie is dat de grote producenten zo’n periode met lage prijzen kunnen overleven. Zij zijn immers goed in staat om efficiënt te werken. Zo kunnen ze bezuinigen op schaal, ze hebben vaak toegang tot betere apparatuur, ze kunnen hun duurdere mijnen stilleggen als dat noodzakelijk is en ze worden gezien als een veiligere investering door crediteurs.

Kleinere mijnbouwbedrijven hebben het daarentegen moeilijk. Zij lopen door de prijsdaling een serieus risico om failliet te gaan en dat is volgens de complottheorie precies wat de grotere bedrijven willen.
Door de productie tot een onhoudbaar niveau op te schroeven gaat de prijs van ijzererts omlaag. Dat is slecht voor zowel de grote als de kleine bedrijven, maar de grote bedrijven kunnen er beter mee omgaan. Zij zullen waarschijnlijk overleven en zodra de kleinere bedrijven failliet gaat kunnen ze profiteren van stijgende prijzen en een groter marktaandeel.
Het is een goede theorie. Zo goed zelfs dat de grote mijnbouwbedrijven dezelfde argumenten nu gebruiken om investeerders en aandeelhouders ervan te overtuigen dat alles goed zal komen ondanks de grote verliezen die ze lijden.

Maar zoals met de meeste complottheorieën is er ook met deze een fundamenteel probleem. De grote mijnbouwbedrijven zullen deze moeilijke tijd vast wel overleven, maar ze lijden wel enorme verliezen. Vale (de grootste ijzerertsproducent ter wereld) verliest inmiddels meer dan 3 miljard dollar per kwartaal en met de rest gaat het al niet veel beter. Het huidige prijspeil (circa 60 dollar per ton) is echt te laag. Ook de grote bedrijven hadden er dus veel meer baat bij gehad als de ijzerprijs op het niveau van 2011 was gebleven (circa 190 dollar per ton).

Het volgende probleem met de complottheorie is dat de grote mijnbouwbedrijven niet de enige schuldigen zijn. Alle mijnbouwers hebben hun ijzerertsproductie opgevoerd. Het marktaandeel van de grote vier is de afgelopen jaren maar weinig gegroeid.
In werkelijkheid is er gewoon sprake geweest van een collectieve misrekening. Group think noemen de Amerikanen het. Iedereen rekende op een langere periode van groeiende vraag uit China. Productie-uitbreiding scheen daarom een uitstekend idee. Niemand twijfelde er ook aan dat de vraag wel eens kon tegenvallen, omdat alle andere bedrijven in de sector hetzelfde beleid voerden. Iedereen voelde zich daardoor gesterkt in de gedachte dat ze op hetzelfde pad zaten. En als iedereen op hetzelfde pad zit dan moet het wel het juiste zijn. Toch? Met de kennis van nu lijkt het onwerkelijk dat een complete bedrijfssector zo´n grote inschattingsfout heeft gemaakt, maar dit soort dingen gebeuren vaker dan je misschien zou denken. Wij geloven in ieder geval niet dat er opzet in het spel was.

De nadruk ligt daar echter op “was.” Inmiddels proberen de twee grootste producenten de complottheorie alsnog uit te voeren. Ze gaan door met produceren in de hoop dat ze hun verliezen straks ongedaan kunnen maken als ze een groter marktaandeel bezitten wanneer de ijzerprijs zich straks herstelt.


Winnaars


Zijn er behalve verliezers dan ook winnaars in dit verhaal? Waarschijnlijk de consumenten van ijzer- en staalproducten. Deze profiteren op dit moment van lagere prijzen. Verder kunnen ook de fabrikanten van staal en roestvaststaal tevreden zijn. De vraag naar hun producten staat weliswaar onder druk, dat is de hele reden dat het overschot aan ijzererts een probleem vormt, maar de lage inputprijzen helpen ze ook om staande te blijven.

Hier geldt ongeveer hetzelfde argument dat we in de vorige paragraaf aanvoerden als reden dat kleinere mijnbouw bedrijven waarschijnlijk het onderspit zullen delven.
Grote producenten van (roestvast)staal blijken redelijk in staat om hun winstgevend te blijven dankzij de lage inputprijzen. Deze bedrijven beschikken vaak over moderne en efficiënte faciliteiten. Daarnaast beschikken ze vaak over een beter netwerk, waardoor ze hun producten kunnen afzetten op plekken waar nog vraag is. De meeste kleine fabrikanten kunnen dit niet en moeten hun productie noodgedwongen terugschroeven.
Dit is goed te zien in China waar enkel een paar grote conglomeraten nog winstgevend is terwijl duizenden kleine bedrijven diep in het rood staan. De verwachting is dat deze kleine metaalbedrijven op korte termijn zullen sneuvelen waardoor het aanbod van (roestvast)staal zal dalen en de prijzen zich zullen herstellen.

Dat is mooi voor de grote (roestvast)staalproducenten, maar het lost de problemen in de mijnbouwsector niet op. Integendeel, de situatie zal er eerder door verslechteren. Op de korte termijn is er dan ook weinig hoop op verbetering en dat begint ook de vier grootste mijnbouwbedrijven te bijten.

Een recent rapport van zakenbank Goldman Sachs stelt dat de markt voor ijzererts tot het eind van dit decennium zwak kan blijven als er geen hele grote verandering komt in de vraag of het aanbod. Goldman heeft in dit rapport echter nog geen rekening gehouden met India’s nieuwbouwproject, maar op de korte- middellange termijn is er niets op Goldmans rapport aan te merken.
Ook Standard & Poors ziet geen heil in de markt zoals die er nu voor staat. De kredietbeoordelaar verlaagde de credit rating van ijzerertsproducent Vale onlangs van BBB+ naar BBB. Daarmee ziet Standard & Poors het bedrijf als “lower medium grade.”

Op zich is een BBB rating nog geen reden voor paniek. Het is weliswaar geen hele sterke rating, maar hij geeft aan dat het bedrijf in kwestie nog altijd in staat is om zijn verplichtingen na te komen. Wat de degradatie zorgwekkend maakt is dat het al de tweede is in vier maanden en er gaan geruchten dat er nog een derde kan volgen.

De verlaging komt bovendien op een vervelend moment. De mijnbouwgigant leed 3,2 miljard dollar verlies in het eerste kwartaal en zal binnen afzienbare tijd obligaties moeten uitschrijven om haar operatie draaiende te houden.In het beste geval zal Vale een hogere rente moeten bieden op een dergelijke uitgifte. In het slechtste geval vindt het geen belangstellenden.
Wat er gebeurd met de uitgifte van het kleinere Fortescue zal een goede indicatie geven voor het sentiment op de financiële markt. Er gaan geruchten de kleinste van de grote vier weliswaar genoeg kandidaten heeft gevonden voor haar obligatielening van 2,5 miljard dollar, maar dat de rente rond de 7 procent zal liggen. Dat is aanzienlijk hoger dan normaal.
Vale is overigens niet het enige mijnbouw bedrijf dat kampt met een vallende credit rating. Volgens Standard & Poors dreigt er ook een verlaging voor BHP Billiton.

Koerswijziging?


Dalende credit ratings, slechte vooruitzichten en een ijzerprijs onder de 60 dollar per ton lijken langzaam maar zeker te leiden tot beleidsveranderingen bij de grote vier.
Fortescue liet als eerste een tegengeluid horen. De CEO van het Australische bedrijf riep zijn collega’s eerverleden maand op om de productie terug te schroeven zodat prijzen zich kunnen herstellen. Dit leidde onmiddellijk tot een kort onderzoek inzake kartelvorming waarna de CEO in zijn woorden weer inslikte, maar het geeft toch aan dat de limiet voor Fortescue is bereikt.

Fortescue is waarschijnlijk de zwakste van de grote vier. Het bedrijf lijdt verlies en is op zoek naar crediteurs om haar mijnen draaiende te houden. Daarvoor klopte het eind vorig jaar aan bij een aantal banken, maar deze eisten rentepercentages die Fortescue niet op kon brengen. Daarom probeert men het nu via de obligatielening die waar we het reeds over hadden, hoewel ook daar een stevige rente op lijkt te komen.
De volgende producent die van koers veranderde was BHP Billiton. De nummer drie in ijzerertsproductie was op weg om 20 miljoen aan capaciteit toe te voegen, maar ziet van de plannen af

Analisten geloven niet dat de 20 miljoen ton een groot verschil zullen maken, maar de beslissing gaf een duidelijk signaal dat de ijzerprijs wat BHP Billiton betrof nu echt de bodem had bereikt. De beslissing stemde de markt dan ook gunstig, want de prijs van ijzererts herstelde zich prompt. Van 47 dollar per ton voor de aankondiging naar 56 dollar een paar weken later.
De bal ligt nu bij de twee allergrootsten: Vale en Rio Tinto.

Vale gaat voor kwaliteit


Vale heeft al laten weten dat door gaat met de grote uitbreidingen die het reeds heeft gepland. Dat doen ze deels om de redenen die we in de paragraaf over de complottheorie al uiteen zetten. De andere reden is dat Vale’s nieuwste mijnen buitengewoon efficiënt zullen zijn en erts van zeer hoge kwaliteit zullen produceren. Daarmee zal het bedrijf erg competitief zijn.

Hoewel Vale alle uitbreidingen door laat gaan is het nog maar de vraag of de totale productie van zal groeien. Het bedrijf zegt te willen inzetten op kwaliteit en dat betekent dat bestaande mijnen met lage ertsgraden wel eens kunnen gaan sluiten. Zulke sluitingen zullen het bedrijf ook helpen om te bezuinigen. We verwachten daarom geen extreme toename van Vale’s totale productie.


 

Rio Tinto blijft volharden


Terwijl Fortesque, BHP Billiton en waarschijnlijk ook Vale hun output alle drie gaan temperen houdt Rio Tinto vast aan het idee van maximale productie.

Volgens insiders is Rio Tinto de efficiëntste producent van ijzererts en vergeleken met de concurrentie heeft het een betere kans om winstgevend te worden op het huidige prijspeil. Mits, het kan snijden in de kosten. Dat Rio Tinto daar hard aan werkt benadrukte CEO Sam Walsh begin mei nogmaals.
Walsh vertelde reporters dat de bezuinigingen kunnen leiden tot het sluiten van mijnen met hoge operationele kosten. Voor de totale productie zal dit echter niet uit maken aangezien Rio Tinto productie op goedkopere locaties uitbreidt.
Walsh ontkende ook dat hij zich verantwoordelijk voelt voor de huidige situatie. Naar alle mensen die menen dat de grote vier hun productie te ver hebben uitgebreid wierp Walsh terug dat het marktaandeel van zijn bedrijf gelijk is gebleven (20%) en dat prijsdalingen nu eenmaal een onderdeel zijn van een cyclische markt.

Wanneer komt de rally?


Het mag duidelijk zijn dat (roestvast)staal- en mijnbouwbedrijven van alle soorten en maten problemen hebben met de crash van commodities. Dankzij India is er nu ligt aan het eind van de tunnel, maar het is nog zeer de vraag of alle bedrijven dat licht kunnen bereiken voordat ze failliet gaan.
Hoe dan ook, we staan aan de vooravond van een prijsrally. En als er inderdaad veel kleine bedrijven sneuvelen zou die wel eens heel scherp kunnen zijn.

Wanneer de rally begint durven we echter niet te zeggen. Dit jaar waarschijnlijk nog niet echt, al geloven we wel dat bodem voor de ijzerprijs (47 dollar per ton in april) reeds is bereikt.

 

Share this

Nieuwsbrief

Schrijf u nu in voor onze nieuwsbrief en blijf op de hoogte van alle niet te missen ontwikkelingen in de Aluminium en Roestvast Staal branche.

Velden met een * zijn verplicht