China, motor van de wereldeconomie, hapert

De afgelopen jaren was China de motor van de wereldeconomie, daar ging het nog goed met de economie. Maar ook de Chinese economische reus begint barstjes te vertonen.

De economische groei is er in 25 jaar niet meer zo laag geweest: 7.4 procent. Economen houden wereldwijd hun hart vast voor wat er de komende jaren zal gebeuren in China. Wordt het een harde landing of lukt het de Chinese overheid om de economie bijtijds om te buigen van een export- en door investeringen gedreven economie, naar een service- en innovatie-economie? De Chinezen zouden dan zelf de grootste klanten van hun bedrijven worden in plaats van Europeanen en Amerikanen.

De fabrieken die het Westen jarenlang van goedkope spullen voorzagen met het stempel Made in China beginnen om te vallen. Ze hebben te lang op dezelfde vaart door geproduceerd, terwijl de export door de wereldwijde crisis drastisch is teruggelopen. Tegelijkertijd stegen de Chinese lonen vijf keer zo snel als normaal en is China opeens geen lagelonenland meer.

Overcapaciteit

"Het grootste probleem van de Chinese economie is overcapaciteit", zegt econoom Xiang Songzuo. "In alle sectoren moeten ze nu hun schulden proberen op te lossen en daardoor zullen veel fabrieken niet overleven. De overheid zal ze niet uitkopen of redden."

Heel anders ging het de afgelopen jaren in de zware industrie, bij het metaal of het staal. In die sector waren de fabrieken met tienduizenden werknemers 'to big to fail'. Een faillissement zou het prestige van de lokale overheidsfunctionarissen aantasten, want de prestaties van regio's werden afgemeten aan hun economische groeicijfers.

Schijn opgehouden

Ook waren de lokale overheden bang voor sociale onrust. Ze hielden de fabrieken met leningen op de been, waardoor die nog verder in de schulden raakten. Want de vraag naar staal nam af, omdat de behoefte aan de bouw van meer wegen en woningen afnam.

Daarom konden ook de lokale overheden geen land meer als bouwgrond verkopen en kwamen ook zij in de financiële problemen.

"Ik ben vorig jaar juni weggestuurd, ze zeiden dat ik met verlof moest gaan", zegt He Guoguo van staalfabriek Highsee Staal. "Ik krijg nog steeds een half jaarsalaris van ze, daar kan ik vast naar fluiten."

Van grote invloed

Nergens ter wereld zitten lokale overheden zo diep in de schulden als in China. In totaal is de schuldenlast 250 procent van het Bruto Nationaal Product.

Daarom ook voert de Chinese regering onder president Xi Jinping hervormingen door. Er is een rem gezet op het verstrekken van niet dekkende leningen en ongezonde bedrijven worden gesaneerd of failliet verklaard. De vraag is of dat genoeg is, want als de Chinese economie verder achteruit holt, zal dat grote gevolgen hebben.

"Het teruglopen van de Chinese economie zal van grote invloed zijn op de wereldeconomie", zegt Xiang. "We zullen bijvoorbeeld minder olie, gas, ijzererts importeren. Al die grondstoffen van andere economieën, dat zal iedereen merken."
 

(bron: Nieuwsuur)

(foto: Reuters)